Over grenzen, algoritmes en familieverhalen
Er bestaat een oud gezegde: waar je mee omgaat, word je mee besmet. Vroeger dacht ik daarbij vooral aan de mensen met wie je omging, de omgeving waarin je leefde en de ideeën die je onderweg van anderen overnam. Tegenwoordig vraag ik me af of we daar iets aan moeten toevoegen. Want waar we mee omgaan bestaat allang niet meer alleen uit de mensen die we werkelijk ontmoeten. Een behoorlijk deel van onze wereld bevindt zich inmiddels op het scherm in onze hand.
Stel dat ik vandaag besluit dat ik wil leren haken. Ik zoek een filmpje op, kijk hoe iemand een granny square maakt, blijf iets langer hangen bij een tweede filmpje en voor ik het weet krijg ik morgen nóg meer haakfilmpjes voorgeschoteld. Dat is natuurlijk ontzettend handig. Ik hoef nauwelijks meer te zoeken, want het algoritme heeft geleerd dat dit mij interesseert. Na een tijdje kan mijn tijdlijn eruitzien alsof half Nederland ’s avonds met een haaknaald op de bank zit. Niet omdat dat werkelijk zo is, maar omdat mijn wereld steeds meer gevuld raakt met iets waar ik zelf ooit mijn aandacht aan gaf.
Op zichzelf is daar bij haken weinig gevaarlijks aan. Hooguit eindig ik met zeventien bollen wol en een halve deken in een kast. Maar wat gebeurt er wanneer we niet zoeken naar een nieuwe hobby, maar naar woorden voor iets wat pijn doet?
Die vraag bleef bij mij hangen nadat ik een filmpje zag waarin iemand vertelde dat volwassen kinderen die het contact met hun ouders verbreken opvallend vaak dezelfde woorden zouden gebruiken: grenzen, rust en toxic ouder. Ik weet niet of die bewering klopt. Ik heb daar geen onderzoek naar gedaan en drie woorden bewijzen natuurlijk helemaal niets. Grenzen kunnen noodzakelijk zijn. Afstand kan rust brengen. Er bestaan ouders die hun kinderen ernstig beschadigen en er zijn situaties waarin geen contact hebben de veiligste keuze kan zijn. Dat wil ik niet ter discussie stellen.
Maar er ontstond bij mij wel een andere vraag. Wat gebeurt er wanneer iemand midden in een pijnlijk familieconflict naar antwoorden gaat zoeken en het algoritme vervolgens steeds meer van dezelfde antwoorden teruggeeft?
Want een algoritme hoeft helemaal niet te weten of mijn moeder toxic is, mijn kind vervreemd is, mijn partner narcistisch is of ikzelf degene ben die iets niet wil zien. Het hoeft niet eens te begrijpen waar het filmpje over gaat zoals een mens dat begrijpt. Het leert vooral van mijn gedrag: hier bleef ik bij hangen, dit bekeek ik verder, daarop reageerde ik, daarna zocht ik nog iets vergelijkbaars. Vervolgens krijg ik meer aangeboden van wat blijkbaar mijn aandacht vasthoudt. Daar zit voor mij iets fascinerends én iets ongemakkelijks.
Eén filmpje is een mening. Wanneer twintig verschillende mensen op mijn scherm ongeveer hetzelfde vertellen, kan het gaan voelen alsof twintig onafhankelijke mensen bevestigen dat mijn verklaring klopt. Ik hoor opnieuw over grenzen, healing, rust, toxiciteit en no contact. Andere gezichten, andere verhalen, maar steeds dezelfde taal. Langzaam kan herhaling gaan voelen als consensus: zie je wel, dit is dus wat er met mij gebeurt.
Het gevaar zit daarbij volgens mij niet in die woorden zelf. Ik ben juist blij dat we tegenwoordig taal hebben voor grenzen, trauma en gedrag dat schadelijk kan zijn. Er zijn generaties geweest waarin mensen veel te lang in beschadigende situaties bleven omdat familie nu eenmaal familie was en je geacht werd te verdragen wat er gebeurde. Daar wil ik absoluut niet naar terug.
Maar goede woorden kunnen ook te groot worden. Een grens kan veranderen van dit heb ik nodig in als jij mijn grens niet begrijpt, ben jij toxic. Rust kan veranderen van een tijdelijke behoefte in bewijs dat een relatie slecht voor mij was. Een psychologische term kan een etiket worden waarmee een compleet mens wordt verklaard. Niet omdat iemand dom is, maar omdat mensen nu eenmaal proberen betekenis te geven aan wat hen overkomt.
Tja en toen kwam de ongemakkelijkste gedachte: dit geldt natuurlijk niet alleen voor het kind dat afstand heeft genomen. Het geldt net zo goed voor mij.
Als ik als moeder zoek naar ouderverstoting, filmpjes bekijk over beïnvloeding van kinderen, verhalen lees van andere verstoten ouders en daar langer bij blijf hangen omdat ik mezelf erin herken, leert mijn algoritme óók iets. Vervolgens kan mijn tijdlijn steeds meer bestaan uit verhalen waarin kinderen worden beïnvloed, ex-partners narcistisch worden genoemd en ouders horen dat zij niets verkeerd hebben gedaan.
Ook dát kan ontzettend prettig voelen wanneer je pijn hebt en dát kan bevestiging worden en dan kan ik op een dag om mij heen kijken naar mijn digitale wereld en denken: zie je wel, iedereen zegt hetzelfde.
Daarom vind ik de vraag wie er gelijk heeft eigenlijk steeds minder interessant. Ik wil iets anders weten: krijg ik nog iets te zien dat mijn eigen verhaal tegenspreekt?
Kan een volwassen kind dat afstand heeft genomen nog een verhaal tegenkomen over een ouder die werkelijk heeft geluisterd, veranderd en jarenlang op herstel heeft gewacht? Kan een vervreemde ouder nog een verhaal lezen van een volwassen kind dat afstand nodig had zonder dat iemand dat kind daartoe heeft aangezet? Kan iemand die honderd filmpjes over narcisme heeft bekeken nog nieuwsgierig zijn naar de mogelijkheid dat niet ieder pijnlijk gedrag een persoonlijkheidsstoornis is? Kunnen we verdragen dat twee mensen dezelfde gebeurtenis totaal verschillend hebben beleefd zonder onmiddellijk te hoeven beslissen wie de dader en wie het slachtoffer is?
Misschien is dát waar het oude gezegde voor mij ineens opnieuw betekenis krijgt. Waar je mee omgaat, word je mee besmet.
Niet omdat een filmpje ons willoze mensen maakt en ook niet omdat ergens een kwaadaardig algoritme zit te besluiten dat families uit elkaar moeten. Dat zou veel te simpel zijn. Het systeem doet iets veel gewoners: het merkt waar wij naar kijken en geeft ons daar meer van. Wij kijken opnieuw omdat we ons erin herkennen, waarna het systeem opnieuw leert dat we dit blijkbaar willen zien. Zo kan een kringetje ontstaan van kijken, herkennen, bevestiging krijgen en opnieuw kijken.
En dat maakt nieuwsgierigheid misschien belangrijker dan ooit. Niet alleen nieuwsgierigheid naar de ander, maar ook naar mezelf. Welke woorden gebruik ik steeds vaker? Waar komen die vandaan? Welke verhalen geven mij onmiddellijk het gevoel dat ik gelijk heb? Welke filmpjes maken mij boos? Welke geven mij opluchting? En wanneer heb ik voor het laatst bewust iets gelezen dat niet in mijn eigen verklaring paste?
Ik weet niet of sociale media familiebreuken veroorzaken. Daarvoor heb ik geen bewijs en dat wil ik ook niet suggereren. Familieconflicten bestonden lang voordat iemand het woord algoritme kende. Mensen verlieten elkaar, maakten ruzie, kozen partij, verbraken relaties en probeerden betekenis te geven aan hun verdriet toen een telefoon nog met een draad aan de muur hing.
Wat wél nieuw is, is dat we een apparaat in onze broekzak hebben dat voortdurend leert waar onze aandacht naartoe gaat en daar onze volgende verhalen op afstemt.
Daarom wil ik niet alleen kritisch kijken naar wat een algoritme een ander voorschotelt. Ik wil ook blijven kijken naar wat het mij voorschotelt. Want misschien is niet het verschil van mening het grootste gevaar voor verbinding.
Misschien is dat het verdwijnen van nuance. En zolang ik mijn rugzak verder draag, wil ik daarom iets meenemen wat niets weegt maar soms behoorlijk lastig is: nieuwsgierigheid naar het verhaal dat niet het mijne is. 🌳🎒❤️



Geef een reactie