Vreugde en dankbaarheid zijn niet hetzelfde

Vreugde en dankbaarheid zijn niet hetzelfde

Er is jarenlang een hele cultuur rondom dankbaarheid ontstaan. Dankbaarheidsdagboeken, lijstjes met drie dingen waarvoor je vandaag dankbaar bent, tegeltjes die ons eraan herinneren onze zegeningen te tellen en de boodschap dat we gelukkiger worden wanneer we onze aandacht richten op wat er allemaal wél goed is in ons leven. Daar is op zichzelf niets mis mee. Sterker nog, ik denk dat oprechte dankbaarheid iets heel moois is. Dankbaar zijn voor iemand die naast je stond toen je hem nodig had, voor een onverwacht gebaar, voor een dak boven je hoofd of simpelweg voor die ene vriend die precies op het goede moment belt. Ik wil helemaal niet afrekenen met dankbaarheid. Maar ik begin me wel steeds vaker af te vragen wat er gebeurt wanneer dankbaarheid niet meer spontaan ontstaat, maar iets wordt waarvan we vinden dat we het zouden móéten voelen.

Want er zit een kwetsbare kant aan dankbaarheid waar we het volgens mij veel minder vaak over hebben. Dankbaarheid veronderstelt vaak dat er iets is ontvangen. Er is iets of iemand aan de andere kant aan wie ik mijn dankbaarheid richt en precies daar kan iets gaan schuiven. Na alles wat ik voor je heb gedaan. Je mag blij zijn dat je dit hebt. Andere mensen hebben het veel slechter. Tel je zegeningen eens. Wees dankbaar voor wat je hebt. Ineens is dankbaarheid geen gevoel meer dat uit jezelf ontstaat, maar een verwachting. Als ik jou iets geef en vervolgens bepaal hoeveel dankbaarheid jij mij daarvoor verschuldigd bent, zat er misschien ongemerkt een touwtje aan mijn cadeau.

Dat betekent natuurlijk niet dat iedere gever macht probeert uit te oefenen of dat dankbaarheid verdacht is. Zo zwart-wit is een mensenleven zelden. Maar het betekent wel dat ik mezelf een andere vraag ben gaan stellen, want ik kan oprecht dankbaar zijn voor iets en tegelijkertijd voelen dat het mij helemaal geen vreugde heeft gegeven. Ik kan dankbaar zijn voor wat ik van een moeilijke periode heb geleerd zonder dankbaar te hoeven zijn dát ik die periode heb meegemaakt. Ik kan waarderen wat iemand voor mij heeft gedaan en tegelijkertijd erkennen dat ik bij die persoon niet gelukkig was. Je kunt zelfs dankbaar zijn voor een cadeau omdat iemand moeite voor je heeft gedaan, terwijl dat cadeau zelf je helemaal niet blij maakt. Dankbaarheid en vreugde blijken helemaal niet hetzelfde te zijn.

Misschien zit daar ook iets ongemakkelijks in de dankbaarheidscultuur die we jarenlang hebben opgebouwd. Want wanneer dankbaarheid bijna een levenshouding wordt waarmee verdriet, onvrede of pijn moet worden bestreden, kan er een venijnige boodschap onder komen te liggen: als jij ongelukkig bent, kijk je blijkbaar niet goed genoeg naar alles wat je wél hebt. Maar iemand kan ontzettend veel hebben om dankbaar voor te zijn en toch verdrietig zijn. Een kind kan zien hoeveel een ouder voor hem heeft gedaan en toch iets gemist hebben. Een partner kan dankbaar zijn voor een huis, zekerheid en mooie vakanties en toch langzaam zichzelf verliezen. Iemand kan dankbaar zijn voor hulp en tegelijkertijd ervaren dat die hulp niet gaf wat nodig was. Dankbaarheid maakt verdriet niet ongeldig en verdriet betekent niet dat iemand ondankbaar is.

Toen ik Mijn Vreugdeboekje maakte, dacht ik eigenlijk helemaal niet zo uitgebreid na over dit verschil. Ik vond vreugde gewoon een mooi woord. Pas nu begin ik te begrijpen waarom het voor mij blijkbaar precies dát woord moest zijn. Een dankbaarheidsboekje vraagt al snel: waar ben ik vandaag dankbaar voor? Mijn Vreugdeboekje stelt een andere vraag: wat gaf mij vandaag vreugde? Dat lijkt een klein verschil, maar wanneer je beide vragen echt even laat landen, gebeurt er iets heel anders. De eerste vraag richt mijn blik op wat ik heb, kreeg of waardeer. De tweede laat mij luisteren naar wat er in míj gebeurde.

Je kunt dankbaar zijn voor een duur cadeau en ontdekken dat het je nauwelijks vreugde geeft. Tegelijkertijd kun je ’s morgens de gordijnen opentrekken, zonlicht door de kamer zien vallen en daar ineens ontzettend blij van worden. Je kunt lachen tot de tranen over je wangen lopen om iets volkomen onbenulligs, een kleur zien waarvan je vrolijk wordt, muziek horen waardoor je lichaam vanzelf wil bewegen, een onverwacht fijn gesprek hebben of thuiskomen met zes lippenstiften en ontdekken dat die kleine dingen ineens een veel groter verhaal vertellen. Voor wie moet je dan dankbaar zijn? Misschien voor niemand. Het gebeurde gewoon. Het raakte iets in jou. Vreugde hoeft niet verdiend te worden, hoeft niet groot te zijn en hoeft zelfs niet logisch te zijn.

Misschien is dat voor mij wel het belangrijkste verschil. Dankbaarheid kijkt vaak naar wat ik heb ontvangen en vraagt mij dat te waarderen. Vreugde vraagt: wat gebeurde er in mij? Waar lichtte ik van op? Waar moest ik om lachen? Wanneer voelde ik me vrij? Wat raakte me, verraste me of maakte een doodgewone dag voor heel even bijzonder? Niemand anders kan mij vertellen welk antwoord daarop het juiste is. Niemand kan zeggen dat iets mij vreugde hóórt te geven omdat het duur was, goed bedoeld was of omdat ik er volgens een ander blij mee zou moeten zijn. Vreugde is van mij.

En vreugde vraagt ook niet dat verdriet eerst de kamer verlaat. Dat vind ik misschien nog wel het mooiste. Je kunt een verschrikkelijke dag hebben en vijf minuten onbedaarlijk lachen. Die vijf minuten maken de rest van je dag niet minder verschrikkelijk en je verdriet maakt die vijf minuten vreugde niet minder echt. Ze mogen naast elkaar bestaan. Net zoals er in onze rugzak stenen kunnen zitten die zwaar zijn en kleine gelukjes die we onderweg tegenkomen en willen bewaren. Het ene hoeft het andere niet op te lossen.

Daarvoor heb je natuurlijk helemaal geen speciaal Vreugdeboekje nodig. Dat is mijn vorm, maar vreugde laat zich volgens mij niet voorschrijven, dus de manier waarop je haar bewaart ook niet. Misschien maak jij op je telefoon een fotoalbum waarin je alleen foto’s zet van dingen die je vreugde gaven. Misschien ligt er een simpel notitieblokje naast je bed waarin je af en toe één zin schrijft. Je kunt een pot vullen met briefjes, iets tekenen, een liedje bewaren of helemaal niets vastleggen en alleen even bewust denken: ja, dit was er eentje. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het hoeft alleen bij jou te passen.

Het hoeft ook niet iedere dag, er hoeft geen vast aantal in en je hoeft al helemaal niet op een rotdag krampachtig drie vreugdemomenten bij elkaar te zoeken omdat een boekje vindt dat er nog drie lege regels zijn. Dan hebben we van vreugde alsnog huiswerk gemaakt en zijn we via een enorme omweg precies terug waar we begonnen. Het gaat mij juist om het leren herkennen van wat jóú vreugde geeft. Voor de één is dat schrijven, voor de ander fotograferen en voor iemand anders misschien gewoon iets langer blijven zitten bij dat ene moment voordat de dag weer verdergaat.

Daarom wil ik mijn dankbaarheid niet kwijt. Integendeel. Ik wil dankbaar kunnen zijn wanneer ik dankbaarheid werkelijk voel, zonder dat het een opdracht wordt en zonder haar te gebruiken om pijn, boosheid of verdriet het zwijgen op te leggen. Maar daarnaast wil ik iets anders leren: vreugde herkennen wanneer zij langskomt. Niet omdat ik gelukkig móét zijn en niet omdat een gelukkig leven een verzameling perfecte dagen is, maar omdat ik die kleine momenten niet meer zomaar voorbij wil lopen.

Misschien is dát uiteindelijk de uitnodiging van Mijn Vreugdeboekje.

Niet: vul mij in. Maar: ontdek jouw eigen manier om vreugde niet zomaar voorbij te lopen. En daarom heet het geen Dankbaarheidsboekje. Het heet Mijn Vreugdeboekje. 🌳❤️

Cover vreugdeboekje
Binnenkant vreugdeboekje

Voel je vrij om een gedachte, inzicht of ervaring achter te laten. Verhalen verschijnen pas na goedkeuring zodat deze plek zacht en veilig blijft voor iedereen. 🌿❤️

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *